Aluminium boren vraagt om een andere aanpak dan u wellicht gewend bent bij hardere metalen. Het materiaal is zacht en warmtegeleidend, waardoor een boor snel dichtslibt of het gat rafelig wordt. Met de juiste boor, het juiste toerental en goede koeling voorkomt u vastlopen en houdt u een strak resultaat over. Deze blog neemt u mee langs de belangrijkste aandachtspunten. Wilt u het beste uit uw materiaal halen? Lees dan verder voor concrete tips over aluminium boren.
Aluminium boren is anders omdat het metaal veel zachter is dan bijvoorbeeld staal of rvs. Die zachtheid klinkt handig, maar zorgt juist voor een lastig neveneffect: het materiaal smeert uit en plakt aan de snijkanten van de boor. Er vormen zich dan spanen die zich om de boor wikkelen. Zo raakt het gat vervuild en loopt de boor vast.
Daar komt bij dat aluminium warmte snel opneemt en vasthoudt. Bij te veel wrijving zet het materiaal uit en klemt het rond de boor. Bij gewalste legeringen zoals de 5083 of thermohardende kwaliteiten als 6082 speelt de interne structuur van het materiaal ook een rol in de manier waarop het reageert op bewerking. Techniek is daarom belangrijker dan kracht. Wie dit begrijpt, legt de basis voor schoon en nauwkeurig aluminium boren.
Voor boren in aluminium gebruikt u het beste een HSS-boor. HSS staat voor High Speed Steel, een boormateriaal dat hitte goed verdraagt en scherp blijft. Het type boor en de vorm van de punt bepalen samen hoe schoon het gat wordt.
Een metaalboor is de logische keuze voor aluminium. Universele boren zijn gemaakt voor meerdere materialen en missen de scherpte die zacht metaal nodig heeft. Een metaalboor herkent u aan de gedraaide spiraalvorm en de geslepen punt. Daarmee snijdt u het materiaal weg in plaats van het te verdringen en voorkomt u rafelranden.
De punthoek van de boor maakt een groot verschil. Een scherpere hoek pakt zacht aluminium beter en laat de spaan netjes afvoeren. Let ook op dat de boor daadwerkelijk scherp is. Een botte boor wrijft in plaats van snijdt en dat leidt tot warmte en vastlopen. Een scherpe boor met de juiste punt is de halve winst bij boren in aluminium.
Vastlopen voorkomt u bij boren in aluminium vooral met goede koeling en smering. De smering zorgt dat de spaan niet aan de boor blijft plakken en voert tegelijk warmte af. Zonder smeermiddel bouwt de wrijving zich op en klemt de boor in het gat.
Voor thuisgebruik werkt spiritus vaak goed als koelmiddel bij aluminium. In professionele omgevingen kiest men doorgaans voor speciale boorolie of snijvloeistof. Een paar praktische punten om vastlopen tegen te gaan:
Zo blijft het gat schoon en houdt u de boor koel.
Bij aluminium boren hanteert u een lager toerental dan veel mensen denken. Te snel draaien wekt warmte op en dat is precies wat u wilt vermijden. Hoe groter de diameter van het gat, hoe lager het toerental moet zijn. Voor een klein gat draait de boor sneller dan voor een breed gat.
Naast het toerental telt ook de aandrukkracht. Druk gelijkmatig en met beleid, zodat de boor blijft snijden zonder te happen. Voelt u dat de boor grip verliest of dat het materiaal warm wordt? Neem dan gas terug en breng extra smering aan. De juiste combinatie van snelheid en druk levert een strak gat zonder braam bij het boren in aluminium.
Schoon en nauwkeurig aluminium boren begint met goed aftekenen. Markeer het boorpunt en gebruik een center om de boor te geleiden, zodat hij niet wegloopt. Zo boort u exact waar u wilt.
Werk daarna in stappen. Voor een groter gat boort u eerst voor met een dunne boor en vergroot u het gat daarna in een of twee slagen. Dat verdeelt de belasting en houdt het gat rond. Als laatste ontbraamt u de randen met een verzinkboor of een scherp mes, zodat er geen scherpe uitsteeksels overblijven.
Bij CMD Aluminium kennen we het materiaal en het bewerkingsproces tot in de kleinste details. Heeft u vragen over de juiste aanpak of over een specifieke legering? Neem dan gerust contact met ons op, wij staan altijd voor u klaar en denken graag met u mee over aluminium boren.
U kunt aluminium boren met een gewone metaalboor, mits deze scherp is en van HSS gemaakt is. Een universele boor werkt minder goed omdat die de scherpte mist die zacht aluminium nodig heeft. Zorg voor een geslepen punt en gebruik smering, dan haalt u met een standaard metaalboor een schoon resultaat.
Uw boor loopt vast in aluminium doordat het zachte materiaal aan de snijkanten plakt en warmte opbouwt. De spaan wikkelt zich dan om de boor en het gat vervuilt. Met smering, een lager toerental en het regelmatig terugtrekken van de boor voorkomt u dit probleem grotendeels.
Bij het boren van aluminium gebruikt u smering die de spaan losweekt en warmte afvoert. Voor thuisgebruik wordt spiritus vaak toegepast. In een professionele werkplaats kiest men doorgaans voor boorolie of speciale snijvloeistof, afgestemd op de bewerking.
Voor aluminium boren geldt een lager toerental naarmate het gat groter is. Kleine gaten verdragen een hogere snelheid, brede gaten vragen om een lage snelheid om warmte te beperken. Combineer dit met gelijkmatige aandrukkracht voor het beste resultaat.
Bramen voorkomt u door scherp gereedschap, de juiste snelheid en een nabewerking. Boor met een scherpe HSS-boor, werk zo nodig in stappen voor een groter gat en ontbraam de randen na met een verzinkboor of scherp mes. Zo houdt u gladde, nette gaten over.